O N T L0 P13 I NA G MENSCHELYKEN LICHAAMS, Gedaan en uitgegeeven door den Heer GOVARD BIDLOO. aat Strabo , laat Solzn en andere letterhelden Der oudheid , naar un luPc , gePcalte en landaard, melden T Van "s Waerelds groot gebouws dat Ptolomöe, gewoon Te Pcreeven wyd en zyd , die xgondreiiu Pcelf ten toon: Dat vr , in laater eeuW, Kirc eer be chr f de landen Van Cdaina en doorwroete a1 's aardryks gIIIgCWQHdCII, Ons leije , dat men in het duiPEre r k niet dool" En aan den dag breng" 't geen die dlonlöre mynn verfchool; Daar hy, als Hercules , ten afgronde in koint dringen: Maar op een hooger nut zien uw befpieäelingen , Heer BID L O O , Wien noch tyd, noc moeite, of vlyt verveeld, Het heerelyk gebouw, des Scheppeirs evenbeeld, De kleene Waereld , zoo naauwkeurig te befchryven , Dat geen bediller ooit den maaker aan durf wryven Een vlek van misfiel iln het fchepzel en niet meär Een venPcer van krifca in 's menfchen borPc be eer". Men danke uw arbeid , die "t zoo kunPcig kon äertoonen: Een dub'le Lauwerkrans moet u naar waarde kroonen; Wyl gy door Artzeny en DichtkunPc, even fchoon , Verdiend den eernaam van Apolloos dub'le zoon. LAILRENS BAKE VAN WUILVERHORSTÄ Aan de Heer O N T R D B I D Uitgeevende zyn L E D N G MENS DES CHELYKEN LICHAAMS. 7 e; j erhaafde Ahderajfend 0m Demeerit , hedneht, Terwyl het perßiend Hert den vleed van 't hloed heheed. f? Toen hy in eenzaamheid gedierte gizg entleden Geink een Zen die deer zyn licht en warme ßraalen , ' w En fchreef Hippecrat es emhnlpe ; ie nit zncht, Het a! verquiht en G)! de kracht van 't leeven veed. Demut Hem h): guam enderhield en heerde zyne reden. Ik zie de hnnßen uit de Ontleding wysheid haalen De fehemper die a! 'e deen de: waereld: heeft helaeht 't Z_y de Eevenreedenheid de Beuwkunß ßelle een maat ; Sprakfk zeek hier de eeirßreng van de dwaaeheid;gy daar legen, Beetzeer- en Sehilderkunß haar licht feheppe uit de leden Heer B I D L 0.0 weist an: e; terwyl uwyver traeht En zaamenveeging ßand en werking en gelaat Ten nut van elk in zieh Ged: werkßuk te everweegen. De: liehaams ef het z} dat Diehtkonß ryh van reeden , De onzieneßhe werd da: kennelyk gezien. (ßen ; Haar fehilderßraak fehaakere en verme op 't vlah paaneel. Die: draagd men 't heefd emhee niet laag naar de aarde, a]: hee- Ihmeerßak die: '11 klaareen , daar in 't gedrang der helden Krygd kennze van zieh zef; läerd zezte heegmoedvliän. De "ueerman nederplefife en 't resjfurf in Vgaareel 'e Geheuw de: Iiehaams z): een heek wer kleeke gejßen. T een Griek Trejaan Trejaan den Griek ter neder velde , G) a]: een reyziger die "t rend de: waerel s kend V erßandig ; want h) teend wat wenden deedeßlk , E n '13 groet gevaarf hefehryfk den haart teond van die landen : Of noch geneeshaar zyn en kend de hinnedeelen. De kleene waereld hier aan ens verjfand in prent. De entleding geefe Genees- en Heelknnß klaarder hßrk. 115er n de Nier een nynn vanßeenen en van zanden De hnnßen band aan hand ten rey gaande onder Vßreelen En de Adersßreomen daar zieh 't veedzeldeer verßreid. Van Bidlee: pen zeefeheen en deftig afgerieht De Herßenezz emheeg als in eenlreen van hinnen Bedanken hem ; terwyl elh: flieht z}: hem te minnen Deen recht verdeeleizde met reede en hillykheid I-Iem re eaßeren Thehm leef, wer Artzeny en Dicht : Alle aznpteß , 11441" 56111113 41111 7 werktuig van de zinnen. Maar deen z} 't niet i welaan , dan deen 't de Zanggedinnen. Pu-zrzn "VERHOEK. I N3