Bauhaus-Universität Weimar

Titel:
Ontleding Des Menschelyken Lichaams,
Person:
Bidloo, Govard Lairesse, Gérard de
Persistente ID:
urn:nbn:de:gbv:wim2-g-1037433
PURL:
https://digitalesammlungen.uni-weimar.de/viewer/resolver?urn=urn:nbn:de:gbv:wim2-g-4195155
A 
C 
H 
T 
E 
N 
D 
 
A 
F 
T 
E 
K 
E 
N 
I 
N 
A. Aan de kraakbeenderige randen bekleedzel van het vyfde en vierde Rugwer? 
  velgebeente Verbonden , ziet men der zelver andere hechting , zeer dun , aan 
het middenuitüek Van het eerfce Halswervelgebeente. De tweede B. de on elyke 
Halsbui ende , aan den bovenrand des eerPcen Reibe breed gehecht , van daar gunner 
werdencäe , "ziet  men aan meePc a1 de dwerfche uitPceekzelen van de Halswervelbeen- 
deren op de zyde gevoegd. De derde werden de Dwerfche genöemd : ( zie de zeven+ 
tiende Aftekening ) zyzetten zich aan de zes , of _zeven dwerfche uitPceekzelen 
der-eerße Wervelbeenderen van denrug en werden met hun andergedeelte uitwendig 
aan 9.1 de uit-Reekzelen des hals van dien naam verknocht. De läatße , ofvierde dee- 
zer Sapieren , noemd men de doorn- of ruggradds Spieren: (ziede zeventiende AB. 
dtekening N.) deeze aan de zeven doornachtige punten der Rugwervelbeenderen 
en de vävfuiterPce deelen der dwerfche uitfceekzelen van den hals verbonden en op 
den an" eren leggende , z n aan het geheele etweede Wervelgebeente van den hals 
VaPc: tochdeeze behoord men voor geen twee te neemens want zy werden ieder, 
zoo die aan den rug , als den hals gevoegd zyn , door tuffchermloopende Vliezen ter 
wederzyden van den anderen edeild. Deeze deelen gezien en verklaard zynde , 
maakeik van dit Eerfre gedeelte des Werks  [ 
        

Nutzerhinweis

Sehr geehrte Benutzer,

aufgrund der aktuellen Entwicklungen in der Webtechnologie, die im Goobi viewer verwendet wird, unterstützt die Software den von Ihnen verwendeten Browser nicht mehr.

Bitte benutzen Sie einen der folgenden Browser, um diese Seite korrekt darstellen zu können.

Vielen Dank für Ihr Verständnis.