Bauhaus-Universität Weimar

Titel:
Ontleding Des Menschelyken Lichaams,
Person:
Bidloo, Govard Lairesse, Gérard de
Persistente ID:
urn:nbn:de:gbv:wim2-g-1037433
PURL:
https://digitalesammlungen.uni-weimar.de/viewer/resolver?urn=urn:nbn:de:gbv:wim2-g-4195697
VY 
F 
EN 
D 
ERT 
IG 
S 
TE 
A 
F 
T 
E 
K 
E 
N 
I 
N 
x55] anr des zelfs buirenllze bekleedzel ( zie de I. Uirheeld. A. ) onrfangt , behalven zyn hezondere Peesach, 
 rige deelen , zyn vliezig uirfpanzel _van her Buikvlies , gelyk de Maagpyp ten deele de zyne van her ge, 
meene vlies der ribben: des zelfs vezelen omrrekken de Maag naar zyn lengre en ren deele fchuin. TuiTchen 
dir en her rweede loopen veel Bloedvaren , welke zeer gemakkelyk mer wafch ( zier de  
I I. Uirbeelding.) konnen gevuld werden. A. een gedeelre van de Maag. B. Aderen , mer wafch gevuld , 
boven hun gewoone wydre uirgezer en mer den anderen onderling vereenigd. Der zelver hairachrige fpranken , 
mer gyps gevuld , werden verroond , in de  
I 1 I. Uirbeelding: A. waar by zeer veel vlechringen , verdeelingen en gedraaide onderlinge zaamenkom- 
Ren en inplanringen B. mer verfcheidene afgerukre vezelingen , re zien zyn.  
De rweede Vliesplaar (zie de IV. Uirbeelding. ) A. bePraar uir rwee reijen van Spierbundelen , welke 0m- 
trenr des Maags grond en monden dikll en kloekfr zyn : de eerPce B. van den eenen ror den anderen mond ge- 
Pcrekr , zyn meerder , of minder rechr , of krom , naar de rullchenwydre van hunne gePcrekrheid : de rweede 
hoop der vezelen C. loopr kruisgewys fchuin onder de eerPre neder- en opwaards. Deeze rwee Spierreijen wer- 
den echter aan de peesachrige uireynden van her eerPce vlies verknochr. Groorer van begryp werden zy afge- 
beeld , in de 
V. Uirbeelding. A. Spierreijen , naar de lengre van de Nlaag gelirekr; B. fchuinfche , onder deeze ge- 
fpreid. Der zelver bezondere C. vleefchbundelen van een rey , werden van peesachrige D. onrfangen en ver- 
len d. 
lgler derde , of inwendige Vlies , (zie de V I. Uirbeelding. ) moer men in driän verdeelen , immers ren min- 
{ren , gelyk drie plaaren , aanmerken. De inwendige  uirerllevlakre A. is zachr en vilrachtig; fleekende des. 
zelfs vezelenpunrig omhoog: achter en rulTchen zyn uirfpanzel heefr her Klieren B. en klierachrige varen of 
buizen , die , gelyk een vlies gePrrekr , onderling zaamen hangen C. en aan zeer dnnne vliesvezelen D. ver- 
bonden zyn.  
 Hier op volgd ( zie de V I I. Uirbeelding.) A. een ander, her welk , vlies- en peesachtig , 00k mer veel bui- 
zen B. verzien is : door deeze werden zeer veel groore Bloedvaren naar de voorgenoemde Klieren gezonden. 
Dir geheeleinwendige Vlies werd in veel en verfcheidenlyk gefchikte plooijen , of frontzelen , gevouwen, 
( zie de V I I I. Uirheelding. ) welke , wanneer dir Vlies uirgefpannen en van her aankleevende {lym gezuiverd 
werd , bynaar verdwynen en nier dan een los en voos Vlies , mer afgerogene Bloedvaten en Klieren , over 12a- 
ren. Dir gePcel is ook voor een gedeelre den Maagpyp gemeen; behalven dar die zoo vol klieren , noch vilrach- 
rig is en van buiren eenige vliesachrige vezelen van her BinneborPrvlies onrfangd. 
Den Maag werden rwee monden roegefchreeven , waar van de groorlre B. de bovenllze , den Mond ; de on- 
derPre , en er en kleender , C. gewoonlyk den Poorrier genoemd werd. De bovenPre , waar van ik omrrenr her 
Middenrifggefprooken heb , is mer een bezonder en groor gelrel van rrekrond loopende fpiervezelen , gelyk ook 
de onderlre , omrrenr den welken al de vliezen verdikr werden , verzien. Deeze monden gedroogd , werden 
geroond , in de I X. de bovenlle en in de X. Uirbeelding de onderPce: aan den deezen zyn gehechr de Dar- 
men , welker uitwendige legging en draaijenden loop de derde Afrekening deezes Gedeelrens heefr verroond. 
Her zyn lichaamen , of werktnigen , beerer zegr men , een lang , rond werkruig , beneden aan de Maag , ge- 
lyk des zelfs Pyp boven , vall: , ror den aars uirgelrrekr , op veel plaarzen in wydre en maakzel , zoo uir- als in- 
wendig , gelyk mede van aanhechring , verfchillende : roch gelyk her een aanvolgend gedeelre van de Maag is , 
zoo bellzaat her ook , voor her rneerderdeel , uir des zelfs weezenmaakende deelen ; verfchillende van de Maag, 
voor zoo veel des zelfs eerlre vlies van her Darmfcheilbekleedende eenige rrekronde vezelen , gelyk de Maag- 
pyp van her Binneborllrvlies , onrfangd , aan welke de rweede Spierreijen des tweeden Vliesplaats mer peeseyn- 
den verbonden werden. De geheele loop , of huis der Darmen , is naar boven alom mer Klieren , binne- by 
rroffen en huirewaards mer kloeker lichaamen en hoopen leggende , bezer , roch benedenwaards mer meerder 
fpierbundelen verzien. Na her onrdekken van der zelver maakzel in her algerneen , ga ik ror der Darmen on- 
derfcheidenheid over.  
De Darmbuis werd in zelTen , dar is , door zes benaamingen , verdeeld. De eerlre van alle , in de 
ZES.
        

Nutzerhinweis

Sehr geehrte Benutzer,

aufgrund der aktuellen Entwicklungen in der Webtechnologie, die im Goobi viewer verwendet wird, unterstützt die Software den von Ihnen verwendeten Browser nicht mehr.

Bitte benutzen Sie einen der folgenden Browser, um diese Seite korrekt darstellen zu können.

Vielen Dank für Ihr Verständnis.